Hoezo Vasten?

Bijbels vasten (een mini-introductie)

Vasten betekent in het hebreeuws:

de nederige onderwerping van de ziel aan God, de Heilige.

Met andere woorden: verootmoediging voor God. Voor het volk Israël was vasten door de wet voorgeschreven. Zo werd er op Grote verzoendag gevast (Lev.16 : 29). Na de ballingschap werden verschillende jaarlijkse vastendagen ingevoerd (Zach.8:19).

Jezus

Jezus schafte  het vasten niet af, maar verhief het uit het wettische van het Oude Verbond tot de vrijheid van het Nieuwe Verbond (Matth.9:14,15). Sommige Farizeeën gingen zover, dat zij 2 maal per week vastten (Luc.18:12).

Jezus beperkte vasten ook niet tot onthouden van eten en drinken (Matth.14:23). Het betekent in de praktijk: voor een tijd vrijwillig afstand doen van verschillende levensbehoeften, zoals spijs, drank, slaap, rust, seksuele gemeenschap (Zie b.v. 1Cor.7 :5)

Praktisch

Vasten is voor God een praktisch bewijs, dat de dingen die wij vragen ons zeer ter harte gaan. Omdat dingen die op zichzelf nuttig en geoorloofd zijn, vrijwillig van ondergeschikt belang worden gemaakt.

Bij het vasten bidt het lichaam mee

Wij zouden minder ondoordachte en ongeestelijke beslissingen nemen, als we de situatie in gebed en vasten bij de Here zouden brengen om ons door Hem te laten leiden.

Voorbeelden van vasten

De Bijbel noemt verschillende gelegenheden om te vasten, bijvoorbeeld tijdens bijzondere verzoekingen (2 Kron.20 :3 ; Ps.109 :24; Matth.4 :2). Er werd ook gevast wanneer er een beslissende keuze moest worden gemaakt. (Richt.20:26 -28; Luk.6:12; Hand.13 :2,3). Of om Gods zegen over een bediening /onderneming te vragen. (Ezr. 8 : 21 – 23; Hand.13 :3; Hand.14 :23). Maar ook voor het verrichten van grote daden werd gevast.( Est.4:16; Matth.17:21)